Naam: Dave Haynie 
Type: Commodore Held
Bron: www.6502.org
Door: Robby Boey 
Vert: Addy van Ladesteijn

 

Robby is een Commodore Geek, zoals hij zichzelf voorstelt op zijn blog van MOS-6502. Hij is heeft een eigen IT bedrijf, heeft een opleiding  kernfysica genoten (hoor je ook niet elke dag) en is een commodore liefhebber van het eerste uur. Hij heeft zich als doel gesteld de mooiste, grappigste en interessantste informatie van het internet te halen en op zijn blog te publiceren. Dat halen wij er met zijn toestemming natuurlijk dankbaar vanaf, vertalen en publiceren dit. In de categorie Commodore Helden ditmaal een interview met Dave Haynie.
 
In deze editie het interview met Dave Haynie, Commodore's whiz op de C128 en de Amiga. We zullen de zijn carrierepad bij Commodore bespreken en zijn engineering werk. Daarnaast hebben we het over zijn projecten ten tijde van Metabox en Fortele bespreken en hem vragen op welke wijze Commodore een  impact heeft gehad op zijn leven en carrière. Geniet van het artikel met deze Commodore legende: Dave Haynie!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
                 Mehdi Ali
 
 
 
 
 
 
 
 
 
                Irvin Gould
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Robby:  Hoe startte jouw carrière in de IT industrie?


Dave: Ik was altijd al geïnteresseerd in het maken van dingen. Als klein kind bouwde ik al boomhutten, forten en verschillende zeepkisten. Ik maakte een werkende radio en een magnetische inductie verzender/ontvanger voor projecten op de lagere school, ik leerde mijzelf programmeren toen ik 12 was met behulp van een HP rekenmachine en mijn vaders login op een Bell Labs mainframe in het weekeinde. Ik volgde elk jaar elektronica op de middelbare school en gaf in mijn laatste jaar op school programmeer les aan de eersteklassers, omdat de leeraar een gebroken sleutelbeen had en het grootste gedeelte van dat jaar was uitgeschakeld. 
 
Het was dus geen verrassing dat ik naar de hoge school voor Elektronische Ontwikkeling (Carnegie-Mellon) ging. Ik volgde Wiskunde/Computer Science als een tweede studierichting en had de planning bijna zo strak dat ik er nog wat Psychologie bij kon gooien, helaas net niet goed genoeg. Dus ik volgde "enkel" vijf lessen in Cognitieve Psychologie. 
Tijdens mijn studie werkte ik twee zomers bij Bell Labs. Mijn vader had een sollicitatie voor mij geregeld met een recruiter, en ik werd aangenomen. Het was mijn enige echt positieve ervaring met een groot bedrijf, voornamelijk omdat Bell Labs in die dagen draaide als een netwerk van afdelingen, elk opererend als een klein bedrijf. Na mijn studie startte ik direct bij General Electric in Philadelphia. Ik zou bijna zeker bij Bell Labs gaan werken, maar 1983 was het jaar van de grote AT&T reorganisatie, en ze hadden een organisatiebrede sollicitatiestop.
 
General Electric bevatte al het slechte wat je kunt verzinnen voor een organisatie, tenminste, het onderdeel in Philly. Ik was klaar om te vertrekken na twee maanden, en vertrok uiteindelijk na vier. Ze hadden iets van 50 mensen die op een VAX computer werkte, voornamelijk het draaien van simulaties. Nadat ik uitgevonden had hoe ik mijn zaken kon inplannen met een hogere systeem prioriteit dan de meeste anderen (door taken te starten als achtergrondtaak, in plaats van het aanbieden van een batch job... dit was op de VAX/VMS), had ik tijd over tussen de resultaten door. Dus schreef ik ook een LISP interpreter om de tijd te doden...
 
Ik had eindelijk de knoop doorgehakt om General Electric te verlaten, enerzijds omdat het saai was en anderzijds vanwege morele bezwaren. Ik had mijn veiligheidsmachtiging nog steeds niet, en ze haalde je binnen met grote beloftes over meewerken aan het Space Shuttle programma. Maar het was erg duidelijk dat de werkzaamheden die ik deed (hardware simulatie) grotendeels gebruikt werd om bommen te maken. Daar wilde ik niets mee te maken hebben. Dus stuurde ik mijn CV naar een headhunter die adverteerde in de "Philly Inquirer" die geen 2 jaar of meer ervaring eiste. Binnen een week kreeg ik een aanbod van Commodore.
 
 

Robby: Je begon als Ontwikkelaar in Bil Herd's team, en groeide naar de rol van Hoofdingenieur toen Bil Commodore verliet. Wat was het leven van een Hoofdingenieur bij Commodore?


Nadat Bil opgestapt was, verkeerde Commodore in een moeilijke tijd, dus dat was nogal vreemd. Ze hadden net Amiga gekocht, maar hadden daarmee de organisatie te veel uitgebreid. We hadden een aantal ontslagrondes. De eerste bevrijdde ons eigenlijk van al het "dode hout", "Human NOPs" zoals deze genoemd werden in de computerindustrie. Maar de spoeling werd erg dun en er was geen visie of richting.
 
Ik zag dat het erg belangrijk zou worden om te helpen een richting te vinden. Jullie kennen Commodore Marketing allemaal van de buitenkant, maar het was niet veel beter aan de binnenkant. In een traditionele organisatie (heb ik mij laten vertellen), zijn er mensen aanwezig die nadenken over nieuwe projectideeën. Dat is vaak zelfs hun primaire taak, maar bij Commodore kwamen de meeste ideeën van de ontwikkelaars. Dit heeft wel iets cools, maar aan de andere kant moest je maar hopen dat iemand in de organisatie de mogelijkheden had om het project te verkopen.
 
Nu had ik een klein probleem. Men zag mij als de senior 8-bit systeemman, maar ik gebruikte toen ook al een Amiga. Het was een beetje moeilijk om alle anderen te overtuigen dat we een opvolger moesten hebben voor de C128/C128D, maar dat was de enige weg die ik zag voor de toekomst. Frank Palaia, de Z-80 man op de C128 was er ook nog. Dus deden we een stunt met een C256... Het lukte me om het te laten praten met 256k geheugen, en Frank kreeg de Z80 draaiende op elke klokcyclus, tot een volledige 4MHz, in plaats van halve cyclus die de C128 gebruikte. Dit werd goed ontvangen, maar leverde nog niet het groene licht op. Ik stelde een uitgeklede C128 voor, met enkel een 80-kolommen beeld waardoor de prijs omlaag kon. Dat werd hem ook niet...
 
 

Robby: Een van je eerste taken was het afronden van de TED/264-lijn. Vroege beoordelingen van de systemen waren goed maar het was Commodore tegen Commodore met de C64 die nog steeds goed verkocht. Hoe keek je aan tegen deze lijn? Was het slechte timing? Wat is jouw kijk op het feit dat de TED/264-lijn nooit aansloeg?


Voor het grootste deel geef ik "industriële sabotage" de schuld. Dit zal ik effe uitleggen. Jack Tramiel was erg bang (nou, ik weet niet zeker of de man ooit bang van iets was... misschien "bezorgd") van de goedkope Sinclair computers, die dingen die Timex op de markt bracht in de USA voor ongeveer $100. Het originele plan van het TED project was om iets te leveren dat onder de C64 zat, maar een veel betere computer was dan de VIC-20. We hadden eigenlijk een prototype die we de C116 noemde, die had 16K en een rubber-membraan toetsenbord, die hieraan voldeed. 
 
Maar ergens onderweg explodeerde het project alle kanten op. We hadden de C264, die de PLUS/4 werd, en de C364 met een groter toetsenbord en een ingebouwde versie van Commodore's "Tragic Voice" speech synthesizer, zoals we deze noemde. Bij Commodore Japan assembleerde ze de C232, die eigenlijk een C264 was met enkel 32K,  zonder de userport. En daarnaast verkochten we natuurlijk ook nog de C16, die het meest in de buurt van het originele plan kwam. Op dat punt had men ook nog plannen voor verschillende versies van de C232, sommige met de Logo applicatie tezamen met BASIC, sommigen met een goede tekstverwerker. Maar voordat je het wist, verscheen er dit "4+1" software pakket uit het niets waar al die software in zat, best wreed.
 
De duidelijke reden die hierachter schuilde was het vertrek van Jack bij Commodore. Jack ging, maar een aantal van zijn zonen bestuurden hier en daar nog steeds sommige afdelingen... en niet te vergeten, de "Going Big" zaak startte onder Jack. Ik heb nooit het hele verhaal begrepen, maar het is aardig duidelijk dat dit een koevoet in Commodore's produktlijn gooide. Het was echter een goed leermoment voor ons... veel van de goede ideeën in de C128 werden prototypes op de TED systemen.
 
 

Robby: Toen kwam inderdaad de C128, de "3 computers in een". Hoe zag je de markt en de behoefte voor de CP/M?


De reden van de CP/M was simpel: Commodore wilde de C128 op de markt brengen als tegenhanger van de Apple II en de IBM PC. Beide systemen hadden 80-kolommen software voor het bedrijfsleven die draaiden op conventionele disk operating systemen. En zo ook 
op CP/M. And het was redelijk goedkoop om deze feature toe te voegen. Dat was het punt.
 
 

Robby: Wat was volgens jou de beste optie van de C128 waardoor deze zich onderscheidde van de rest? Wat was je verkooptactiek als je de C128 zou moeten verkopen aan een C64 gebruiker?


Voor de Commodore 64 gebruikers was het belangrijkste het verschijnen van een nieuwe "Commodore" computer... alles wat je beviel aan Commodore machines sinds de PET dagen, een klassiek design met genoeg dingen om mee te spelen. Het heeft een 80 kolommen mode met eigen geheugen, twee keer zo snel als de C64 en, trouwens, het draait al (okee, 98%) je C64 programma's en randapparatuur. Op dat moment was de C64 het meest succesvolle computermodel in de geschiedenis. Nog steeds, de laatste keer dat ik het nakeek (naja, tenzij je iPhones en iPads telt denk ik). Een compatible upgrade was dus geen slecht idee, voor de mensen die over het algemeen blij waren met hun C64. En mensen begrepen dat - eigenlijk schoten de verkopen van de C64 omhoog toen de C128 uitkwam, gebaseerd op het idee dat de C64 nu een soort van opvolger had.
 
 

Robby:  De C128 evolueerde in de C128D met de ingebouwde 1571 drive en daarna in de C128DCR (CR staat voor Cost Reduced). Het was een behoorlijke schok toen berichten binnen kwamen dat de DCR modellen compatibiliteitsproblemen vertoonden. Wat was de reden voor het uitbrengen van de goedkopere versie en waren de compatibiliteitsproblemen te verwachten?


De reden voor elk goedkoper product is altijd maar één ding: een goedkoper product. Er waren vijf grote redesigns van de C64 over de jaren. Waarom? Het "E" board model (moederbord van C64) met de adapter kostte Commodore ongeveer $35 productiekosten. Als je meer dan een miljoen units per jaar verkoopt is elke bespaarde dollar een dollar op de bank. En vergis je niet, in die dagen verving je de computer niet om het jaar zoals nu vaak gebruikelijk is. Ik was niet echt betrokken bij de C128D-CR... Het meeste werk was het samenvoegen van de C128D met de 1571 diskdrive op een enkel moederbord. De originele C128D gebruikte hetzelfde moederbord als de C128 en een apart 1571 bord. Blijkbaar was bij het samenvoegen van de twee het compatibiliteitsprobleem ontstaan.
 
Vergeet niet dat dit in die dagen moeilijk was. Je denkt dat de C64 ROMs softwarematig waren, maar in werkelijkheid waren ze een effectief deel van de hardware beschrijving van de C128. Dat is de reden waarom de C128 een echte C64 ROM gebruikte in C64-mode. En we hadden zelfs de karakterset veranderd. Ik was de belangrijkste persoon die verantwoordelijk was voor de compatibiliteit... Ik testte 3rd party zaken uitvoerig, en zelfs als ze dingen deden waar we niet tevreden over waren, veranderde wij de hardware waar mogelijk om niet alleen te ondersteunen wat ondersteund moest worden, maar ook wat ondersteund kon worden.
 
De software engineers hadden zelfs de C64's karakter-lettertypen van de C128 een beetje opgeschoond. Maar we kwamen er achter dat zelfs dat ellende kon veroorzaken. Bijvoorbeeld een belangrijk tekenprogramma van Island Graphics. Het startscherm van het programma tekende een grote "Island Graphics" en nog wat andere zaken op het scherm. Het gebruikte hiervoor de C64 ROM. Toen de C128 karakters geplaatst werden en het puntje op de "i" van "Graphics" getekend werd, miste deze, waardoor het hele scherm ingekleurd werd (flood-fill). Dit zette een ketting-reactie in werking van mislukte grafische commando's wat betekende dat het programma meer dan een half uur nodig had om te starten. We moesten dus een double-sized karakter ROM inbouwen.... C64 font in C64 mode, C128 font in C128 mode.
 
 

Robby: We spoelen even door naar je tijd als belangrijkste ontwikkelaar op de Amiga, wat was je verkoopverhaal voor de Amiga?


's Werelds meest geavanceerde personal computer. In die tijd was dit een onomstotelijk feit. Ik zeg niet dat alle onderdelen perfect waren, maar als je alles bij elkaar optelde liet je de competitie dromend achter je. En ik werd niet DE belangrijkste ontwikkelaar op de Amiga. Nadat die C128 opvolgers niet de aandacht trokken in West Chester, deed een ander project dit wel: de Amiga 500. George Robbins, Bob Welland en een aantal chip ontwikkelaars hadden samengespannen om de kosten van de Amiga chipset te verlagen en deze in een traditionele Commodore "flat" case te stoppen. 
 
Herinner je de nasleep van de Amiga acquisitie, de ontslagen enz? Een ander verband betrof de Commodore 900. Er waren een aantal pogingen gedaan om een high performance 16-bit computer te bouwen, met een UNIX-stijl OS, met een hoge resolutie monochroom display. Dat was de Commodore 900 - Commodore's antwoord op de Sun II. Bob en George waren het derde team dat eraan werkte, maar waren de eerste die hem daadwerkelijk aan de praat kregen. En dus werd de ontwikkeling van de C900 gestaakt. Zodoende gingen ze op zoek naar iets om zichzelf bezig te houden. De Amiga was het meest interessantste en dus gingen ze daarmee aan de slag.
 
Hoe dan ook, Ik kwam bij het A500 project in de zomer van 1986.  Het plan was dat ik mij bezig zou houden met het ontwerp, dit leren en uiteindelijk overnemen zodat George en Bob zich met wat high-end zaken bezig konden houden. George was alleen erg gesteld op de A500, het was tenslotte zijn creatie. Toen we dus de opdracht kregen om een goedkopere versie van de Duitse Amiga 2000 te ontwikkelen (in het kort, aanpassen van de A500 chip architectuur, Fat Agnus en het integreren van de rest van de PALs van de Zorro expantiebus) bleek ik daarvoor de keuze te zijn. Ik bleef daarom sindsdien werken als één van de hoofdontwikkelaars van de high-end Amiga's 
 
 

Robby: Hoe keek jij tegen de concurrentie aan van Atari (bv de ST's), Apple en de aanstormende DOS markt?


Meestal gapend...MS-DOS deed het wel aardig, maar alleen dankzij IBM, niet vanwege de inhoudelijke kwaliteit van de producten. En natuurlijk omdat je de IBM PC's kon klonen. Dus veel bedrijven die nooit vanaf nul een computer hadden kunnen opbouwen zoals wij dit deden, betraden nu de computermarkt. Dat maakte hen een potentiële dreiging. Maar ze waren nog niet begonnen met het integreren van silicone, het tijdperk van de goedkope PC was nog jaren ver. De beste eigenschappen van de PC: een makkelijk uit te breiden bus waarop iedereen kon ontwikkelen, en de $150 add-on FPU. Die FPU zorgde ervoor dat spreadsheets 100x sneller waren en alleen dat al rechtvaardigde de PC in een organisatie. Dit betekende dat, naast het enkel doen van de boekhouding in een spreadsheet, je nu complexe berekeningen kon uitvoeren. Ik was erg geïnteresseerd in een FPU voor de Amiga. En hij was natuurlijk redelijk makkelijk voor de Zorro II te ontwikkelen, en beter nog, voor de klanten gemakkelijk te gebruiken.
 
Apple was interessant. Het MacOS, onderwater, was een verschrikkelijk primitief ding. Maar de dingen aan de oppervlakte waren puur sex. Ze besteedden (en dat doen ze nog steeds) ongelofelijk veel aandacht aan detail, waar praktisch niemand anders de moeite voor neemt. Ze hadden een aantal gave dingen, maar hetgeen ik het meest bedreigend vond was de retargetable graphics. Redelijk in het begin had Commodore nog een grafische kaart project achter de hand bij de University of Lowell, MA. Dit werd uiteindelijk kleinschalig geproduceerd als de Amiga 2410. Het probleem was, AmigaOS kon het niet aanspreken... alleen Amiga UNIX. Ik zag deze afhankelijkheid van Amiga chips als een serieus probleem!
 
Er was feitelijk niets interessants aan de Atari ST, met uitzondering van haar geschiedenis. Ik noemde eerder het C900 team. Op een gegeven moment had Jack een aantal van de C900 ontwikkelaars (ik geloof dat ze het tweede projectteam waren) uitgenodigd voor een "off-site" meeting over een of ander super geheim project. Dit was waarschijnlijk eind 1983 of begin 1984. Niet lang nadat Jack opgestapt was, volgden deze mensen en doken natuurlijk weer op bij Atari. Met een nieuwe 68K computer die erg veel leek op de tweede uitvoering van de C900. Naja, met de uitzondering dat alles deze keer werkte… :)
 
 

Robby: Wat deed het vertrek van Jack Tramiel bij Commodore met je?


Dave: De organisatorische problemen van het vertrek van Jack baarde ons zeker zorgen. Maar zijn vertrek had geen effect op mij, simpelweg om ik hem niet kende. Ik begon in Oktober 1983, Jack verliet Commodore in Januari 1984.
 
 

Robby: Hoe hebben de jaren bij Commodore jou beïnvloed?


Dave: Op ongeveer elke mogelijke manier denkbaar. Ik heb bij Commodore geleerd om een echte ontwikkelaar te worden - op school leer je ook maar zo veel… Ik leerde de immense waarde van het bouwen van een gemeenschap rondom een computer platform. Dit was iets waar wij feitelijk als ontwikkelaars mee startte met de C128. Ik deed hetzelfde bij alle andere organisaties, vooral bij Nomadio, toen we nog de digitale R/C controllers maakten. Commodore was het slechte voorbeeld waarvan ik leerde om meer aandacht te besteden aan wat het bedrijfsleven en de marketing mensen aan het doen waren - het feit dat je een goede ontwikkel afdeling hebt wil nog niet zeggen dat de andere afdelingen in de organisatie net zo goed zijn. Ik leerde ook het belang van het hebben van andere dingen in je leven. Net zoals bij velen van ons, was ik behoorlijk aangeslagen toen het gedaan was met Commodore. Ik was mijzelf door Commodore behoorlijk bezig gaan houden met video. En mijn beide kinderen zijn geboren tijdens mijn Commodore-tijd… mijn dochter Kira werd net 48 dagen voor het faillissement geboren.
 
 

Robby: Wat is volgens jou, naast het feit dat Commodore de best verkochte computer aller tijden maakte met de C64, de grootste prestatie van Commodore?


Dave: Met de Amiga sleurde Commodore de PC industrie van de jaren 70 naar de 90-er jaren. Dit gebeurde in één keer, met de Amiga 1000 in 1985.

  • Voor de Amiga waren alle personal computers single-tasking. Erna waren ze allen multitasking, wat de weg vrijgemaakt heeft voor hedendaags multiprocessing. 
  • Voor de Amiga hadden computers monochroom of 16 kleuren schermen, daarna konden ze allemaal foto's tonen.
  • Voor de Amiga hadden de computers een lage mono geluidskwaliteit, later hadden ze allemaal net als de Amiga hoge kwaliteit sample based stereo.
  • Voor de Amiga deed de CPU al het werk, na de Amiga waren er grafische processoren en andere DMA devices die dit specifieke werk overnamen.
  • Voor de Amiga hadden computers jumpers en handmatige configuratie voor uitbreidingen, later werden alle apparaten automatisch geconfigureerd.
 
 

Robby: Welke Commodore machine was meer baanbrekend en waarom: de VIC-20, C64, de Amiga of een andere?


Dave: Natuurijk was de Amiga het meest baanbrekende. Ik kan me geen ander technologisch product herinneren dat zoveel revolutionaire industriële veranderingen bevatte, allemaal in één product. Jij?
 
Natuurlijk was de C64 ook een doorslaggevende kracht op zichzelf. De technologie was dan wel niet baanbrekend, maar het was een duidelijke verbetering op de VIC-20 - wat op zijn beurt weer een verbetering was van de PET/CBM lijn. De kracht van de C64 was de lage prijs… Net zoals Henry Ford's Model-T was de C64 een juiste mix van kracht en kosten die iedereen de mogelijkheid bood er een aan te schaffen.
 
 

Robby: Wat was het grappigste moment tijdens jouw tijd bij Commodore?


Dave: Het is onmogelijk om er één uit te kiezen… Commodore was de beste plek waar ik ooit gewerkt heb. We werkten keihard, dat wel, maar speelden net zo veel. Dit spelen betrof het maken van grappen, nerf-weapon gevechten, en allerlei sociale dingen - we waren altijd samen. Ik herinner een feest bij mijn oude huis, gedurende de beste Amiga jaren, waar 150 mensen kwamen opdagen. En de politie… Dus moesten we de rockgroep naar de garage verplaatsen.
 
 

Robby: Wat was het meest sombere moment wat je beleefde bij Commodore?


Dave: Waarschijnlijk de grote ontslag-dag, zoals in de Deathbed film.
 
 

Robby: Hoe is het idee voor de Deathbed vigil ontstaan? 


Dave: Er waren meerdere factoren die hieraan bijgedragen hebben. 
De eerste was het simpele feit dat ik het voorgaande weekeinde in Texas was voor sollicitatiegesprekken. We wisten allemaal dat het niet goed ging met Commodore. Zelfs het management had ons aangeraden om externe arbeidskansen te pakken. Dus solliciteerde ik bij een klein VME-board bedrijf, dat erg interessant multiprocessing DSP werk deed. De Vice President van de Engineering afdeling was op zoek naar een technische vervanger, omdat hij steeds meer organisatorisch werk ging doen. Beste sollicitatiegesprek ooit! Hij nodigde mij uit na het werk, we dronken een paar biertjes in een echte Texas bar, aten Sushi (dronken heel veel Sake) en gingen daarna naar een striptease club. Het enigste probleem: ze konden niet zo veel betalen. Het tweede gesprek had ik bij Compaq. Ik hoorde dat ze ongeveer 20 medewerkers in dienst hadden voor werk wat we bij Commodore met één of twee ontwikkelaars deden. Ik verloor onmiddellijk mijn interesse. Maar ik heb ze voor de hele reis laten betalen… 
 
Maargoed, ik was terug op dinsdag, op weg naar werk en kwam erachter dat ik mijn camcorder en een paar opgeladen batterijen in de auto had laten liggen. Geen tapes, maar K-Mart had 8mm tapes op voorraad. Ik had geen idee hoe lang Commodore nog zou bestaan, dus ik begon met filmen vanaf die dag. En als je de film gezien hebt, dan weet je het resultaat. Op die dinsdag was de roddel dat er hele grote aantallen ontslagen zouden vallen… en er waren al niet veel van ons meer over. En dat is precies wat er gebeurde - meer dan de helft van de overgebleven werknemers in West Chester werd die woensdag ontslagen. Dat is dus het tweede deel van de film, gefilmd in Margarita's, onze lokale hang-out. Iedereen ging weg tijdens de lunch en ging daarheen, of je nu ontslagen was of niet (ik was trouwens niet ontslagen). Ik geloof dat ik terug ging naar Commodore rond 9 uur s'avonds.
 
Het derde deel is waar de naam vandaan komt. Die vrijdag (de dag van de daadwerkelijke faillissement aanvraag, 29 april 1994), ging Mike Sinz trouwen. Dus vele Commodore werknemers kwamen van heinde en verre naar de stad om het huwelijk bij te wonen. Sterker nog, we waren zo goed als allemaal bij zijn huwelijk aanwezig toen het persbericht naar buiten kwam, dus de meesten van ons wisten nog van niets tot de volgende dag. Omdat er zoveel mensen waren had Randell Jesup die Zaterdag een feest gepland en het de naam "Deathbed Vigil" gegeven, met het idee dat we wisten dat Commodore ziek en aan het verdwijnen was, maar het was nog geen tijd voor het sterven of zoiets. Ik ben, gezien de voorgaande dagen waarop ik gefilmd had, gewoon doorgegaan met filmen gedurende dit feest.
 
Aanvankelijk dacht ik dat het wel cool zou zijn voor de Commodore mensen om later terug te zien. Maar tegelijkertijd realiseerde ik mij dat ik eigenlijk het echte verhaal achter de ondergang van Commodore wilde vertellen. Mijn vriend, Dale Larson, was in die tijd bezig met het opzetten van zijn eigen uitgeverij, voor boeken, software, wat dan ook. Hij was er zeker van dat we hiervan een echt product konden maken. Ik probeerde de eerste opnames uit bij mijn vader, en hij raadde aan om de tekst-beelden tussen de segmenten te plakken, zodat het verhaal beter verteld kon worden.
 
Het was allemaal gefilmd met een Sony Video8 camcorder - niet eens Hi-8. Terwijl ik vandaag de dag een soort van video gek ben, deed ik vreemd genoeg toen niet te veel met het materiaal. Ik filmde het grootste gedeelte, Fred Bowen filmde het stukje waar ik mijn zoon Sean naar huis bracht… ongeveer een twee uur durende rit. De anderen gaven de camera ook door, vonden een tripod, en kwamen met het idee van het verhalen vertellen op Randell zijn veranda.
 
De originele video was natuurlijk bewerkt in analoog, en het gebruikte mijn Amiga 3000+ in combinatie met Scala MM300 en EE100… de laatste was een LANC en IR controller voor deck to deck video bewerking. Ik leende een SuperGen 2000 en een GVP TBCPlus. De TBCPlus kon aangestuurd worden  via AREXX, dus ik kon dingen maken zoals speciale voorgrond effecten, kleur correcties voor verschillende condities etc. On the fly! Eigenlijk best geavanceerd voor 1994. De muziek kwam van een cassette bandje, die door een basis mixer liep naar de opname band. Het andere kanaal op de mixer bevatte mijn camcorder audio. De muziek kwam allemaal van Mike Rivers. Ik schreef de teksten en was de leadzanger voor de eindmuziek. Mike deed de Mehdi Ali impressie aan het einde.
 
 

Robby: Als je terug kon in de tijd, wat was dan het belangrijkste ding wat je in de Commodore geschiedenis zou willen veranderen?

Dave: Niet dat ik iets zou willen veranderen, maar in 1991, voordat Irving Gould Mehdi Ali binnen bracht om zaken te leiden, benaderde hij Jean Louis Gassee (de man van Apple). De verhalen verschillen over wat hij zou gaan aansturen, misschien ontwikkeling in West Chester, misschien het gehele bedrijf. Blijkbaar waren de Apple hardware jongens aardig onder de indruk van de Amiga. Gassee zei geen "nee" maar hij kende de geschiedenis van Gould die nieuwe managers altijd veel te weinig tijd gaf om echte veranderingen door te kunnen voeren, en hij zei dat hij drie jaar nodig had zonder onderbrekingen. Hoe dan ook, we kregen Ali daarvoor in de plaats. Als er een punt in tijd was, waarin het succes van Commodore bepaald kon worden, was dit het punt wat ik zou kiezen. Ik bedoel, als je alle echt, heel erg stomme dingen uitfiltert van Ali en de door hem ingehuurde krachten zoals Bill Syndes binnen Commodore, zou je een veel gezondere Commodore de '90s in zien gaan. Als Gassee dezelfde man was die de leiding had bij BE Inc, vooral in de jonge jaren, dan had hij Commodore er weer bovenop kunnen helpen. Het daarvoor benodigde talent was reeds aanwezig bij ons bedrijf.
 
 

Robby: Je bent nog altijd een levendige fan en steeds duidelijk hoorbaar in de Amiga gemeenschap. Volg je nog steeds actief de Commodore scene, met haar fans die nog steeds software en hardware maken voor de oude machines?

Dave: Ik volg alles zo goed mogelijk, als de tijd het toelaat. Ik ben naar de Amiga show in Vegas geweest in de zomer van 2009, en de Commodore show in Chicago een aantal jaren daarvoor. Ik denk dat de mensen binnen de C64/C128 gemeenschap in beter vaarwater verkeren. Ten eerste, omdat er een C64 in elke kast staat in de US (nagetrokken feit), is het eenvoudig om aan vervangende hardware te komen. Ik heb een C64 emulator op mijn telefoon… werkt goed. En pas geleden was er veel lol te beleven met Jeri Ellsworth toen ze de C64 van de grond af opnieuw opbouwde in een joystick. Het is erg makkelijk om accessoires te maken voor de C64 - ik ontdekte dat de nieuwe gebruikers allen een cartridge hebben met flash geheugen waarop praktisch elk programma staat wat ooit voor de C64 is uitgekomen, of zoiets… En ze zijn tevreden. 
 
De Amiga mensen, vermoed ik, zijn een beetje uitgeput. Het is de ene gebroken belofte na de andere. Ik probeerde iets op te zetten, maakte weliswaar geen belofte totdat we Amiga Technologies draaiende hadden, gesteund door de op twee na grootste PC fabrikant in Duitsland toen der tijd (Escom) en toen kreeg dat bedrijf het voor elkaar om zichzelf om zeep te brengen. Daarna meer van die willekeurige beloften. Vervolgens beloofde Gateway weer iets, maar laat het project al snel weer vallen. En dat was de laatste inspanning. Ze maakten ook wat slechte beslissingen, zoals de PowerPC, wat binnen de Amiga gemeenschap iets van een bijgeloof werd. Niets stoort mij meer dan (bij)geloof wat het wint van boerenverstand. Waar dan ook. En toch, ik weet het, woon ik nog altijd in de USA. ;-)
 
 

Robby: Na Commodore, was je betrokken bij een aantal start-ups, waarvan Metabox waarschijnlijk de bekendste is. Hoe denk jij dat de dingen waren gelopen als het Metabox gelukt was om de AmigaOS licentie te krijgen en haar zinnen had gezet op het uitbreiden van die markt, in plaats van de Macintosh clone wereld?


Dave: Dat had zeker kunnen werken. We wilden het AmigaOS op de nieuwe computer uitbrengen. Dat ging niet lukken, dus kozen we voor de Mac clones. We brachten de snelst leverbare Macs uit, op 300MHz, en werkten naar nog zelfs iets beters met de PIOS One (onze modulaire CHRP machine). Het was duidelijk, PIOS (toen, later Metabox) had het geld en wij de kennis om dit allemaal te doen. Naast mij, waren daar Andy Finkel, de voormalige software ontwikkelaar bij Commodore en aardig wat Amiga mensen. Ik denk dat we dezelfde dingen konden doen die we gepland hadden voor de Amiga met Amiga Technologies, als we de AmigaOS licentie gewonnen hadden. En we hadden daarnaast wellicht nog steeds de Mac clones gedaan. Maar een gereviseerd AmigaOS toen zou een echte uitdaging voor MacOS zijn geweest, of beter, de PC! Het was nog niet te laat om het te laten slagen. Metabox liep tegen een muur aan met het einde van de Mac licenties, waardoor er enorm veel geld verloren ging. We kwamen er wel weer bovenop met de STB dingen, maar we verloren fors op het hele PPC/Mac debacle. Dingen zouden absoluut beter voor ons gegaan zijn als AmigaOS in beeld was geweest!
 
 

Robby: Metabox haar top assortiment was zijn tijd ver vooruit, met de Metabox 1000 als de kers op de taart. Waarom sloeg het nooit echt aan?


Dave: De eerste STB's waren zo-zo. De Metabox 100 was enkel een web terminal, en het had wat problemen. De Metabox 500 was al veel beter met internet (het draaide Netscape) en sommige innovaties die wij wilden, zoals muziek en video on-demand. De Metabox 1000 was eigenlijk de echte start van wat we wilden doen: DVB, DVD, Web, Email, PVR, IPTV, en waarschijnlijk apps zoals je deze nu kent op de smartphones. Geschreven in Java of iets dergelijks, we draaide zelfs MHP (Multimedia Home Platform), en ik was een aantal dingen aan het onderzoeken, waaronder Amiga Inc. Er zaten genoeg dingen in mijn hoofd, zoals een betere manier om met spellen en andere dingen om te gaan, zonder de applicaties aan één enkele CPU te binden. De 1000 draaide op een ColdFire 5307, op 90MHz of 144MHz, maar dit was niet onze CPU keuze voor de opvolger. Ik wilde echte een personal computer in de huiskamer hebben, in de vorm van een entertainment device. We hadden zelfs goede ideeën, patenten in sommige gevallen, voor verschillende media distributie modellen (zoals een maandelijkse gratis DVD, geëncodeerd in MPEG-4, inclusief gratis en PPV materiaal - we voerden microbetalingen uit via het Duitse Telekom, we hadden datacasting over analoge TV, tot wel 4Mb pers seconde als we het hele kanaal gebruikten.
 
Het grote probleem was dat het management (feitelijk mijn partners… Andy en ik waren twee van de vier oprichters van PIOS/Metabox) dezelfde gekte opliepen dat vele startende bedrijven in de US de nek om deed aan het begin van de internet explosie. Onze aandelen werden het ene jaar in twee delen gesplitst, het volgend jaar door drie, etc. Ze waren als gekken aan het kopen, zonder dat men enige vorm van kas reserves aanhield. We hadden contracten voor 500.000 Metabox 1000's in Israel en 1.500.000 in Noorwegen/Zweden, zodra ze de testen zouden doorstaan. Deze contracten werden publiek gemaakt, wat de reden was voor de stijgende aandelenprijs. Dit was echter te voorbarig omdat de betrokken bedrijven onder een NDA (Non-disclosure Agreement oftewel een geheimhoudingsverklaring) vielen tot de officiële verklaring dat de veld-testen succesvol waren.
 
Toen dingen langzamerhand de verkeerde kant op gingen, de internet luchtbel barstte in de USA, maakte elk IT bedrijf de investeerders zenuwachtig. De investeerders waren bang dat het Metabox concept allemaal lucht of niet waar was, dat soort slechte dingen. En door de manier waarop onze bedrijf gestructureerd was, veel van onze ontwikkelaars waren buitenlandse contracten (inclusief Andy en ikzelf), waren wij de eersten die geen salaris meer ontvingen toen de zaken slecht gingen. Dus het belangrijkste wat wij nodig hadden om het bedrijf te reden, het eindproduct, werd hierdoor langzamerhand steeds onmogelijker.
 

Robby: Je ging daarna verder met een nieuwe doorstart met drie andere "Commodorians", Andy Finkel, Robert Russell en Neil Harris. Het bedrijf, Fortele, had een mooi concept: Alle audio/video apparaten werken tezamen en passen zichzelf aan de gebruiker aan. Het leek SciFi, maar jullie hadden zelfs technologisch bewijs dat het mogelijk was. Het klinkt al een fantastisch concept, maar waar ging het fout?


Dave: Feitelijk was onze missie simpel: we wilde "Star Trek", tenminste, dat is hoe we het verwoordden. Het basis idee was als volgt:  je hebt een centrale media server ergens in huis, bijvoorbeeld in de kast, maakt niet uit waar. Elk bestaand apparaat kan aangesloten worden op het media netwerk via een interface kastje… nieuwe apparaten zouden een ethernet stekker hebben (en, op enig moment, zeker draadloos). Alle apparaat-functies worden aangestuurd door de server via netwerk-naar-serieel of IR controllers, en aangesloten via een constructie gelijk aan de hedendaagse device drivers. Dus, wat voor apparaat je ook gebruikt, je kon de Fortele interface draaien en kon het individuele apparaat vergeten. Het netwerk kon ook multicasten, zodat je op elke kamer een ander programma kon kijken maar toch gebruik maken van één enkele TV tuner.
 
De afstandsbediening was een ander belangrijk onderdeel, dat was het deel wat ik schreef. Ik gebruikte een PDA met ethernetaansluiting, maar de echte remote zou Bluetooth gebruiken. De afstandsbediening was simpel: nummers, een paar navigatie knoppen, speaker en microfoon. Je had ook de mogelijkheid om onze bedieningssoftware te draaien op een krachtige PDA - tegenwoordig zou elke Android of iOS apparaat het gekund hebben, en je zou extra's hebben zoals on-remote previews. De afstandsbediening is van jouw… dit is hoe het systeem je identificeert. Dus, laten we zeggen, ik ben in de media kamer naar een programma aan het kijken, en ik sta op om koffie te zetten. De TV in mijn keuken zou automatisch aanspringen zodra ik de keuken inliep, en mij herkennen aan mijn ID. Dus het programma wat ik aan het kijken was in de media kamer wordt automatisch getoond op de keuken TV. Als het een van de kinderen was die een hapje kwam halen, zou hun programma automatisch getoond worden. Als je enkel een radio had (een van onze audio-only nodes) in de keuken, zou je nog steeds het geluid van het programma horen. 
 
Een ander vereiste was dat onze vrouwen het systeem zouden moeten kunnen bedienen en gebruiken. Nou, Andy's vriendin was/is Carolyn Scheppner… Ze heeft waarschijnlijk niet veel problemen met een moderne TV. Maar het is absoluut waar dat de media systemen veel complexer zijn geworden met elke nieuwe feature door de jaren heen. Ons doel was om dit te vervangen door het netwerk, en vervolgens het netwerk simpel maken. En jazeker, het netwerk zou kunnen leren. Hoofdzakelijk door jouw acties te volgen. Dus als je de TV aanzette telkens als je de keuken betrad, zou het systeem op een gegeven moment vragen of je dit geautomatiseerd wilde hebben (het kan je "horen" aankomen, omdat je afstandsbediening je ID is). Als je vaak HBO kijkt, zou het systeem je vragen of je daarvoor een voile macro wilde maken. Dus als je de bijvoorbeeld de woorden "kijk HBO" sprak, zou HBO opgezet worden. 
 
En dat was in 2002. Je kunt je voorstellen hoe de dingen er nu uitgezien zouden kunnen hebben, 10 jaar later. Het probleem was simpelweg dat we deze waanzinnige demo gemaakt hadden,  maar terwijl Andy, Bob en ikzelf met de techniek bezig waren, bracht Neil geen investeerders binnen. Dus hadden we feitelijk een demo van een concept maar geen geld. Na Metabox en andere avonturen, lage salarissen om Fortele van de grond te krijgen, en meer van dat soort zaken, had ik nog voor geen week geld op mijn bankrekening staan. Hierdoor moest ik op dat punt de sprong naar Nomadio maken. Ze waren al zes maanden bezig om mij binnen te halen.
 
 

Robby: Hoe zie je de innovatie en computers van de huidige tijd?

Dave: Innovatie gebeurt nog steeds, maar niet op het gebied van desktop of laptop computers. Zelfs redelijk voorspelbare dingen, prima uitgevoerd, veroorzaakt al opschudding in de mobiele markt. Zoals Apple's iPhone en iPad. Het "all-screen" apparaat was zo'n voorbeeld van iets wat iedereen, op hetzelfde moment zag als de toekomst van kleine apparaten. Er waren geruchten dat Apple dit al een jaar aan het doen was voordat de iPhone gepresenteerd werd. En toch deden ze dit erg goed, maakte het interessant en kregen internet goed genoeg gepresenteerd op dat kleine scherm zodat, een korte tijd later, een groot deel van het surfen op het internet niet meer via de PC ging. Ikzelf heb een Android telefoon, ik ben aan het spelen met een Android tablet, en dat is een goede hoek om te zoeken deze dagen - elke twee weken een nieuw cool apparaat. Ondertussen, krijgen PC's er weer 100MHz bij en een vernieuwend buitenkantje… GAAP…
 
 

Robby: Wat heeft de toekomst in petto voor jou?

Dave: Nou, als je nog een goede toekomstvoorspeller weet… Misschien moet ik terug naar Madame Marie en daar het antwoord voor je vragen. Maar ik hoorde dat ze overleden is :-(
 
Ik ben de laatste tijd bezig met het ontwerpen van digitale radio's voor Nomadio. Ik ging ernaar toe om speelgoed robots te ontwerpen, raakte betrokken bij het ontwerpen van 's werelds beste digitale R/C auto controller, die achteraf gebruikt werd om goedkope bom-opruimings robots aan te sturen in Irak, waardoor er waarschijnlijk levens gered zijn. Ik werk zelfs aan meer complexe radio's, en het was interessant om mezelf een ander soort elektronica aan te leren. Maar mijn hart zal altijd in consumentproducten liggen, met name computers, of het nu een desktop is of een voor in je binnenzak.
 
 

 

             
By DUI-WA.com
© Commodore IG - 1980-2017

Powered by Joomla 1.7 Templates